Een werkstudent kost een bedrijf in totaal minder dan een fulltime starter, omdat je minder uren inkoopt. Dat is niet het hele verhaal: ook werkgeverslasten, flexibiliteit en risico verschillen, en die bepalen of een werkstudent voor jouw situatie kostenefficiënt is. Controleer bedragen en percentages altijd bij de bron.
Wat is het directe kostenverschil tussen een werkstudent en een fulltime starter?
Het grootste verschil zit in de uren. Een rekenvoorbeeld tegen het minimumloon van € 14,99 bruto per uur (per 1 juli 2026, vanaf 21 jaar [1]): 20 uur per week is € 299,80 bruto per week, 40 uur is € 599,60, exclusief vakantiegeld en werkgeverslasten. Het uurtarief hoeft dus niet lager te zijn; je koopt alleen minder tijd in.
Zijn de werkgeverslasten ook lager bij een werkstudent?
Grotendeels naar rato, maar niet helemaal. Ondernemersplein noemt als verplichte kosten onder meer het minimumloon, minimaal 8% vakantiegeld en de loonheffingen: premies voor volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet; een pensioenregeling is alleen verplicht via een bedrijfstakpensioenfonds of cao [2]. De Belastingdienst noemt voor 2026 een lage AWf-premie (WW) van 2,74% en een hoge van 7,74%. De lage premie geldt voor een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd dat geen oproepcontract is; een tijdelijk contract valt dus in de regel onder de hoge premie. Uitzondering: voor een werknemer jonger dan 21 die maximaal 48 uur per vier weken of 52 uur per maand wordt betaald, geldt altijd de lage premie [3]. Welke premie voor jou geldt, hangt af van de contractvorm en leeftijd; reken het na met je salarisadministratie.
Hoe verschilt het risico tussen de twee?
Een tijdelijk contract eindigt op de einddatum [4], terwijl een werkgever een contract voor onbepaalde tijd niet zomaar kan opzeggen: bij bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid is bijvoorbeeld toestemming van het UWV nodig [5]. In dat opzicht is een werkstudentcontract flexibeler. Maar ook bij een tijdelijk contract kan bij niet-verlenging een transitievergoeding verschuldigd zijn: een derde maandloon per dienstjaar [6], en voor tijdelijke contracten gelden de ketenregeling en aanzegplicht [7][8]. De opzegtermijn voor de werkgever is volgens de wet één maand bij een dienstverband van korter dan vijf jaar [9].
Wanneer is een werkstudent minder kostenefficiënt dan het lijkt?
Wie een werkstudent onderbetaalt ten opzichte van het niveau van het werk, bespaart op papier een paar euro per uur. Reken dan ook door wat het kost als iemand vertrekt: opnieuw werven en inwerken. Onder het minimumloon betalen mag bovendien niet [1].
Een simpele rekensom om zelf te maken
- Bereken het uurtarief los van het aantal uren: is het vergelijkbaar met wat een junior fulltime collega verdient?
- Tel loonheffingen en premies mee, inclusief het verschil tussen de lage en hoge AWf-premie voor jouw contractvorm
- Tel werving- en inwerktijd mee, niet alleen het salaris
- Reken een eventuele transitievergoeding bij niet-verlengen mee
- Kijk naar de aard van het werk: is het structureel genoeg om op termijn een starter te rechtvaardigen, of past het beter bij minder uren voor langere tijd?
Waarom dit meer is dan een kostenvraagstuk
Een werkstudent is geen prijsargument tegenover een starter, maar een andere manier om hetzelfde soort werk te organiseren, met een ander risicoprofiel. Kies dus niet op prijs, en wees net zo kritisch op onderbetaling als op de verkeerde contractvorm voor het werk dat er ligt.
Bronnen
- Rijksoverheid (2026): Bedragen minimumloon 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- Ondernemersplein (Rijksoverheid): Stappenplan personeel aannemen, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- Belastingdienst (2026): Premiedifferentiatie WW: lage en hoge AWf-premie, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 667, geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- Rijksoverheid: Wanneer eindigt mijn arbeidsovereenkomst?, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 673 (transitievergoeding), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 668a (ketenregeling), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 668 (aanzegplicht), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
- wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 672 (opzegtermijnen), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
Transparantie: VOIDS bemiddelt tussen werkstudenten en organisaties en heeft dus een belang bij dit onderwerp. We onderbouwen feiten met bronnen en koppelen onderzoek en trends aan onze eigen ervaringen uit de praktijk.



